Focus - de aandachtscirkels van Ebersp├Ącher

"Kom op DVS, word eens wakker! Doe nou eens wat we afgesproken hebben…”

Dit zijn veel gehoorde kreten van onze coaches, die herkenbaar geërgerd zijn omdat spelers niet doen wat vooraf is afgesproken. Het drijft de coaches soms tot wanhoop, als blijkt dat ze de grip op het team volledig kwijt zijn. Op de één of andere manier zijn de spelers niet meer gericht op de taken, die de coach zo duidelijk in de voorbespreking heeft benoemd. De aandacht van de spelers ligt ergens anders.

FocusToch is "Focus” een belangrijk onderdeel om goed te kunnen presteren. Om te weten hoe spelers zich beter kunnen concentreren op de taken in het veld, is het zinvol om eerst te kijken, wat een goede focus in de weg kan zitten. De Duitse sportpsycholoog Hans Eberspächer heeft eind vorige eeuw een model ontworpen om dit inzichtelijke maken: de aandachtcirkels van Eberspächer.

6 AandachtscirkelsVertel de spelers vooral wat ze WEL moeten doen en niet wat ze fout doen. Probeer niet te emotioneel te coachen, want als de coach rustig blijft, heeft dat een positieve uitwerking op de spelers, die zich dan op hun taak in het veld kunnen richten.

Cirkel 1: Ik en mijn taak
Eberspächer heeft Ik en mijn taak centraal in zijn model geplaatst. Spelers moeten zich optimaal kunnen focussen op hun taak. Concentreren op de afspraken die vooraf met het team zijn gemaakt. Hoe meer afleiding, hoe verder de speler van zijn taak verwijderd is.

Cirkel 2: Directe afleiding
De eerste afleiding van de taak is de Directe Afleiding. De aandacht verschuift naar omstandigheden als het weer of het (trage) veld. Maar ook het publiek, de ouders of de tegenstander kunnen directe afleiders zijn. Spelers die veel met de beslissingen van de scheidsrechters bezig zijn, voeren over het algemeen hun hockeytaak minder goed uit. Toch is het hier nog eenvoudig, om terug te gaan naar de taak in het veld.

Cirkel 3: "Is" of "Hoort te zijn"
Hier is de speler in gedachten bezig om zijn huidige prestatie te vergelijken met de prestatie die hij van zichzelf gewend is, m.a.w. bezig met "is of hoort te zijn”. De speler is zich bewust van het niveau van z’n prestatie of van de prestatie van het team en laat z’n aandacht daarheen afdwalen. Een team dat speelt tegen een laag geklasseerd team en met 0-1 achter komt, kan zich hierdoor laten afleiden: "hoe kan dat nou, wij zouden toch moeten scoren?”

Cirkel 4: Denken aan Winst of Verlies
Nog verder weg van de taak is denken aan winst en verlies. De gedachten richten zich nu op het falen of slagen: "ga ik de wedstrijd nog winnen, kom ik achter te staan, is verlies nog te voorkomen?” Deze gedachten verwijderen de speler nog verder van zijn taak.

Cirkel 5: Denken aan consequenties van winst of verlies
Sommige spelers zijn voor de wedstrijd al bezig met de stand op de ranglijst. Er wordt in de kleedkamer gesproken over de consequenties als de wedstijd verloren of gewonnen wordt. "Dan spelen wij straks in een lagere poule” of "als wij winnen zijn wij kampioen…!”
Denken aan de consequenties van winst en verlies tijdens de wedstrijd zorgt ervoor dat de speler nog maar weinig met zijn taak bezig is. Daarom is het vaak zo moeilijk om een kampioenswedstrijd te spelen.

Cirkel 6: Zinsvraag "Wat doe ik hier?"
De cirkel die het verst van de taakcirkel af ligt is de zinsvraag: "wat doe ik hier eigenlijk?” Ik of wij spelen zo slecht, dat ik maar beter naar huis kan gaan. Deze week maar weer hard trainen om de volgende keer beter beslagen op het veld te komen.

Tips om de focus te behoudenHet makkelijkste is natuurlijk om te zeggen: blijf aan je taak denken. Maar zo werkt dat natuurlijk niet. Wat kan een coach of speler dan WEL doen om de focus op te bouwen en vast te houden?

 Tip voor de coach:

  1. Geef de spelers in de voorbespreking heldere taken mee. Hou het bij 2 of hooguit 3 aanwijzingen. Je kan vooraf ook individuele spelers aanspreken en ze een persoonlijke taak meegeven. Overlaad de spelers niet met aanwijzingen, zodat ze door de bomen het bos niet meer zien.
  2. Gebruik de voorbespreking ook om de spelers positief te motiveren om hun uiterste best te doen. Vertel ze niet, dat de tegenstander heel goed is en dat ze het ons wel eens heel lastig kunnen maken.
  3. Coach tijdens de wedstrijd op de taken die je vooraf hebt benoemd. Geef individuele of per linie aanwijzingen. Straal rust en vertrouwen uit, ook als het even tegen zit. Vermijd dat je te emotioneel en onrustig wordt langs de kant. Raak niet in paniek bij een tegendoelpunt.

Tips voor de spelers:

  1. Zie iedere wedstrijd als een uitdaging! Aan het eind van de wedstrijd zie je wel wat de eindstand is. In de tussentijd hard werken en luisteren naar de coach. Ga niet met negatieve gedachten het veld in. Als je vooraf denkt dat de tegenstander beter is, sta je al met 0-1 achter.
  2. Als je merkt dat je concentratie verliest, bv. door vermoeidheid of een verkeerde actie, laat je dan wisselen. Vraag op de bank desnoods aan de coach of hij nog even kan uitleggen wat jij moet doen. Ga niet jouw fouten compenseren door op andere posities te gaan spelen of andere dingen te doen dan jouw taak.
  3. Geef jouw teamgenoten regelmatig complimenten.  Moedig ze aan als het even wat minder gaat. Etaleer een positieve uitstraling. Vermijd negatieve uitlatingen tegenover medespelers, tegenstanders en scheidsrechters. Medespelers en jijzelf gaan daar zeker niet beter van spelen.

En dan nog een tip voor ouders. Vertel jouw kind, dat je het leuk vindt om hem/haar te zien hockeyen, ongeacht wat de uitslag is. Praat op wedstrijddagen zo min mogelijk over winnen of verliezen. Wens jouw kind vooral veel plezier en succes.

Bron: www.hcschiedam.nl

Clubnieuws Overzicht